Royal Antwerp FC Archive Website

Trainersstatistiek

Profvoetbal is resultaatvoetbal. Goede uitslagen trekken sponsors aan en maken het mogelijk deel te nemen aan Europese competities, met als exponent de vetpot van de Champions League. Resultaten betekenen geld en dat geld bepaalt het welzijn en zelfs het voortbestaan van een profclub. Om de Antwerptrainers sedert 1970 onderling te vergelijken vonden we maar een objectief criterium: wie behaalde met zijn selectie in de wedstrijden die hij coachte voor de nationale competitie het grootste aantal punten? We houden in de onderstaande tabel enkel rekening met die trainers die tenminste eenmaal aan een nieuw seizoen begonnen. De Wit-Koeckelcoren, Ratko Svilar, Doy Perazic noch Marc Grosjean zijn zodoende in de tabel opgenomen, al krijgen ze natuurlijk wel een vermelding in de tekst. Ons overzicht loopt vanaf het seizoen 1970-'71 tot en met 2014-'15.

 
Wedstrijden
Gewonnen
Verloren
Gelijk
%punten
1. Walter Meeuws 68 35 21 12 60.3
2. Guy Thijs 104 47 26 31 60.1
3. Jerko Tipuric 22 12 8 2 57.6
4. Warren Joyce 67 32 17 18 56.7
5. Regi Van Acker 151 73 44 34 55.8
6. Dimitri Davidovic 183 79 49 55 55.0
7. Arie Haan 53 19 14 20 54.7
8. Urbain Haesaert 54 21 16 17 54.6
9. Bart De Roover 32 15 10 7 54.1
10. Ladislav Novak 68 24 21 23 52.2
11. Urbain Braems 30 13 12 5 51.7
12. Jef Vliers 34 13 12 9 51.5
13. Jean Dockx 34 12 11 11 51.4
14. George Kessler 147 63 48 36 51.0
15. Jimmy Hasselbaink 34 13 11 10 48.1
16. Laszlo Fazekas 32 10 13 9 45.3
17. Dennis van Wijk 34 12 13 9 44.1
18. Richard Stricker 34 11 14 9 41,2
19. Ratko Svilar 57 17 21 19 40.9
20. Colin Andrews 38 10 12 16 40.3
21. Louis Cautreels 30 9 15 6 40.0
22. Staf Van den Bergh 29 8 14 7 39.7
23. Pal Czernai 28 7 13 8 39.3
24. Henk Houwaart 45 12 21 12 35.6
25. Leon Nollet 28 5 14 9 33.9
26. René Desaeyere 8 2 5 1 33.3
27. Wim De Coninck 21 4 12 5 26.9
 

Georg Kessler verdiende tijdens z’n eerste werkperiode (1986-1989) op de Bosuil een monument. Alle roodwitte fans bewaren inderdaad de beste herinneringen aan de AD. Op basis van de periode 1986-1989 trekt Georg Kessler de kop van de rangschikking. Wierook in '89, maar na afloop van zijn tweede Antwerpperiode tranen. De cijfers oogden en de meningen klonken inderdaad helemaal anders in de nineties. De stats zijn ongenadig: de succescoach van de jaren ’80 kwam voor die tweede periode uit op een 20e plaats. Hij zou, mochten we de twee ambtstermijnen samenrekenen, van de eerste naar de veertiende plaats zakken, te wijten aan de barre resultaten van het rampseizoen 1997-'98. Of hoe cijfers mooie herinneringen in een heel ander perspectief kunnen plaatsen.

Guy Thys (1973-1976) en Walter Meeuws (1991-1993) staan allicht nog voor jaren gebeiteld op de plaatsen waar de trouwe fan ze verwacht: tweede en derde, een terugkeer van de eerste uitgesloten en van de tweede hoogst onwaarschijnlijk. Met voor allebei een bekerfinale bovenop, mag Guy Thys bovendien prat gaan op twee titels als vice-landskampioen! Regi Van Acker, in 1998 aangesteld om R Antwerp FC snel terug naar eerste klasse te brengen, had daarvoor twee seizoenen nodig. Na die periode in tweede klasse stond zijn teller liefst op 73% van het totaal te behalen aantal punten. Dat resultaat werd uiteraard sterk getekend door het beresterke kampioenenjaar 1999-2000. In zijn derde en laatste seizoen op de Bosuil, zijn enige in eerste klasse, zorgde hij voor een rustige periode zonder uitschieters. Er werd uiteraard meer verloren en zodoende zakte het door Regi Van Acker behaalde percentage tot 61.7%. Op basis van dat percentage, is hij goed voor het etiket "meest succesvolle proftrainer" op de Bosuil. Zijn tweede ambtstermijn was een stuk minder succesvol.

Na drie ambtstermijnen in dienst van de club is Dimitri Davidovic de absolute recordhouder van het aantal gecoachte matchen, al komt ook Regi Van Acker aardig in de buurt. De eindrondewedstrijden meegerekend, blijven de posities van de beide coaches evenwel onveranderd. Opmerkenswaard is dat ze beide, samen met George Kessler, de duurtijd van vier seizoenen als hoofdcoach wisten te benaderen, al haalde Regi Van Acker met vijf volledige seizoenen als enige van de drie ook het einde van zijn (twee) ambtstermijnen op de Bosuil.

Als opvolger voor Regi Van Acker werd oud-speler Wim De Coninck aangesteld voor het het seizoen 2001-2002. Met bij momenten zwierig voetbal behaalde hij echter (te) weinig resultaten, lees punten. Door voortdurende (langdurige) blessurelast, bengelde zijn team constant in de staart van de rangschikking. Dit leidde helaas tot het voortijdige ontslag van de coach. Met 17 punten uit 21 wedstrijden behaalde hij slechts 26.9% van de punten of de laatste plaats in onze all-time rangschikking, al had zijn groep wel nog voldoende body en tegenwoordigheid van geest om de degradatie onder diens opvolger Henk Houwaart te ontlopen.

Met de ervaren Henk Houwaart haalde voorzitter Wauters eind januari 2002 een andere oud-Antwerpspeler als vervanger naar de Bosuil. DeNeder-Belg coachte de overige 13 matchen uit die lopende reeks en legde na afloop van die campagne de iets betere balans van 14 punten uit 39 voor. Met 35.8% zou hij toen beslag leggen op een zestiende stek. Met 34 punten op 96 kwam hij aan 35,4% aan het einde van zijn enige volledige seizoen op de Bosuil als coach. Hierbij dient opgemerkt te worden dat er na het faillissement en het algemene forfait van K Lommelse SK van bondswege zes punten in mindering werden gebracht. Met die punten erbij zou zijn eindscore van 35,6 een stukje beter zijn geweest, al zou ook dat in de tabel geen betere plaats dan de zestiende hebben opgeleverd.

Hoewel Henk Houwaart met de club op een veilige twaalfde plaats landde, werd de samenwerking na het seizoen 2002-2003 stopgezet. Met René Desaeyere werd de traditie om de technische leiding in handen van een bekende ex-Bosuilspeler te geven gerespecteerd. De supporters zegden na de (verbaal) flauwe derbyvoorbereiding en de zware nederlaag hun vertrouwen in R.D.S. al op. Na acht speeldagen volgde ook het bestuur. R.D.S. komt in onze all-timetable op de achttiende plaats met het minst aantal gecoachte machten. Zijn opvolgers Dojcin 'Doy' Perazic (met een interim van slechts drie maanden en vijf ptn. uit negen wedstrijden) en Marc Grosjean zijn er niet in geslaagd een ranking neer te zetten. Marc Grosjean boekte over de rest van het seizoen 2003-2004 vijftien punten (op 51). Het Antwerpbestuur was te verdeeld over de geleverde prestatie zodat hij geen contractverlenging kreeg. De laatste twee zullen, behoudens een terugkeer naar de Bosuil, in onze redenering dus nooit een plaatsje veroveren in de all-timetable.

R Antwerp FC begon het seizoen 2004-2005 in tweede klasse met Jerko Tipuric als hoofdcoach. Met 57,5% van de punten (38/66) werd de Kroatische Bruggeling, net als z'n voorgangers, gewogen en te licht bevonden. Hij werd na de meest geslaagde opener (vijf keer winst op rij) in bijna een eeuw tijd, afgerekend op het barslechte begin van de tweede ronde (één keer winst op vijf) en eind januari 2005 vervangen. Voorzitter Wauters haalde... Regi Van Acker als opvolger vanuit Oostenrijk naar de Bosuil. Na zijn tweede aanstelling vanaf half februari 2005 ging het echter ook een stuk moeizamer en waren de resultaten minder constant. Die tweede periode beëindigde Regi Van Acker in de 'rechterkolom' met een percentage van ruim 47 percent. Hij zou met een globaal percentage van 55,8 over de twee termijnen verhuizen van de eerste naar de zesde plaats. Georg Kessler voor zijn eerste periode nam de pole-positie over voor gentleman-trainer Guy Thys en bekerwinnaar '92 plus Europees finalist Walter Meeuws.

Ook Warren Joyce begon niet helemaal aan het begin van het seizoen aan zijn eerste werkjaar op de rood-witte trainingsvelden. Aangezien de coach ook een tweede seizoen aan zijn verblijf op het continent toevoegde in dienst van R Antwerp FC, heeft hij een vijfde stek in de all-time trainerstabel weten te veroveren. Zijn 114 punten (op 201) betekenden omgerekend 56,7% en waren goed voor twee deelnames aan de eindronde van de tweede nationale afdeling. Na de Engelse periode, begon Dimitri Davidovic in de zomer van 2008 aan een derde ambtsperiode op de Bosuil. Half februari 2009 gooide de coach de handdoek. Hij werd opgevolgd door Ratko Svilar die voor de vierde keer aan een interim-periode bij de club begon. De ploeg vond zijn tweede adem en landde na elf opeenvolgende wedstrijden zonder nederlaag in de kwalificatieronde. Die horde naar de eindronde werd opnieuw zonder haperen genomen. Pas met de komst van eersteklassers naar de Bosuil, moest de master of suspense het hoofd finaal buigen. De gooi naar de Jupiler League was (opnieuw) te hoog gegrepen.

Hij begon ook aan het nieuwe seizoen, maar moest naast persoonlijke problemen ook het hoofd bieden aan sterke sportieve tegenwind en gooide de handdoek. Colin Andrews, assistent van Ratko Svilar, nam in november over, maar ook hij zou een jaar na zijn aanstelling worden afgelost, zijn opvolger werd Bart De Roover, die op zijn beurt twaalf maanden later opgevolgd zou worden door provinciegenoot Bart Wilmssen. Na lang palaveren, nam Dennis van Wijk in de zomer van 2012 het roer over, maar ook de gereputeerde kampioenenmaker kreeg er naar eigen zeggen "zijn vinger niet achter" op de Bosuil. Hoewel de supporters hem massaal steunden tot en met de laatste speeldag, verliet hij een jaar na zijn aanstelling de Bosuil met een wrang gevoel van mislukking. Landgenoot Jerrel (Jimmy Floyd) Hasselbaink werd met luide trom en onder grote mediabelangstelling ingehaald in Deurne-Noord. Zijn internationale bekendheid veroorzaakte een sportieve en vooral extra-sportieve interesse in club, trainer en selectie van radio- en televisieploegen van overal ter wereld.

Het was helaas geen moment rustig en hoewel hij er na een min of meer geslaagd seizoenseinde een zevende plaats uitsleepte, werd niet voor het eerst bij R Antwerp FC de assistent Richard Stricker tot opvolger aangesteld. De nieuwe T1 krijgt voor de campagne 2014-2015 meteen twee assistenten naast zich. Ook dat is niet nieuw, al houdt assitent Jonas De Roeck zich in zijn nieuwe functie ook beschikbaar als speler en dat is een experimenteel gegeven.

Opmerkenswaard is dat negen oefenmeesters (Csernai, Braems, Van Den Bergh, Fazekas, De Coninck, Desaeyere, Perazic, Grosjean en Tipuric) hun enige seizoen niet volmaakten bij de club van wie vijf sedert het jaar 2000! Arie Haan, Urbain Haesaert, Ladislav Novak, Urbain Braems, Jean Dockx en Jef Vliers volgen in die volgorde vanaf de achtste plaats in de onopvallende middenmoot achter de ongenaakbare toppers.

TERUG